Energiekosten

Energiekosten van een pompinstallatie maken een belangrijk deel van de zgn. “Life Cycle Costs” (levenscycluskosten). Deze kosten hangen niet alleen samen met het rendement van de pomp- en motor maar tevens met het ontwerp en het gebruik van de pomp.

Het selecteren van een juiste pomp in relatie tot de processen en producten waarvoor deze wordt ingezet, is zelden eenvoudig. Te vaak komt nog voor dat pompen niet optimaal worden geselecteerd, geïnstalleerd of onderhouden.

De problemen (en dus ook de (energie-)kosten) die zich in de praktijk kunnen voordoen, zijn zeer uitlopend o.a. ten gevolge van viscositeit, cavitatie, slijtage, corrosie, capaciteitsproblemen, onjuiste installatie of onjuiste asafdichtingen.

Het ontwerp en het bedrijven van de pompinstallatie zullen uiteindelijk van grotere invloed op de energiekosten zijn dan het pomp- en motorrendement alleen. Aangezien ca. 40% van de LCC uit energiekosten bestaat, zal het duidelijk zijn dat momenteel de gehele markt gefixeerd is op de pure energiekosten van pomp en motor. Men spreekt momenteel zelfs van energielabels!

Deze focus is goed te begrijpen aangezien hier veel bespaard kan worden, maar of dit helemaal terecht is, moet toch wel kritischer benaderd worden. Nog steeds wordt vaak gedacht dat hermetisch gesloten pompen (magneetgedreven-, busmotor- en membraanpompen) te veel energie verbruiken om van een energiezuinige pomp te kunnen spreken.

Een magneetgedreven pomp heeft nog steeds enige magneetverliezen, die de pomp energietechnisch wat ongunstiger maken.

Maar menig fabrikant past al speciale magneten en magneethuizen toe, waardoor deze verliezen nog maar minimaal zijn. Aangezien de LCC van pompen met asafdichting aanzienlijk hoger zijn (ondanks hogere rendementen) dan hermetisch gesloten pompen, mag men bij de selectie van pompen dit niet over het hoofd zien.

Uiteindelijk bestaat de LCC van een pomp uit ca. 40% energiekosten, 10% uit aankoopkosten en dus voor 50% uit andere kosten. En vooral deze andere kosten (reparatie- en onderhoudskosten, stilstandskosten en productieverlies) dienen ook uitgedrukt te worden in energie!

Circa 90% van de LCC ontstaat na de aanschaf en de installatie van de pomp. Hierdoor zal de hermetisch gesloten pomp, ondanks de wat hogere energiekosten, uiteindelijk toch rendabeler uit de bus komen dan de conventionele (met asafdichting) pomp.

Klant en leverancier wisselen kennis en ervaring uit

PromoTec heeft de filosofie dat LCC pas tastbaar en inzichtelijk worden zodra de cliënt en leverancier inhoudelijk met elkaar kennis uitwisselen over de applicatie en specifieke pompkenmerken.

Aanpassingen van de lay-out in het proces en de keuze van de juiste pomp, aandrijving en regeling kunnen dan leiden tot aanzienlijke besparingen. Niet puur alleen wat rendementen betreft van pompen en motoren, maar ook het rendement van de overige LCC-kosten. Uiteindelijk spreken we hier toch altijd nog over ca. 50% van de LCC.

Door onze grote kennis en ervaring van systemen, pompen, motoren en regelingen zijn wij in staat voor onze klanten de juiste pompconfiguratie te selecteren. Of dit nu conventionele pompen, hermetisch gesloten of positieve pompen zijn, is voor ons niet belangrijk. Dat wij niet gebonden zijn aan één bepaald product is hierbij een groot voordeel voor onze klant.

Voorbeeld van een pompselectie

Een goed voorbeeld van zo’n situatie is het volgende:

Klant wil 7,7 m3/uur schoon water van 20°C verplaatsen bij een manometrische opvoerhoogte van 78 m.

Kijkt men eerst naar de conventionele pompen, dan komen de volgende types in aanmerking:

  • Eéntraps centrifugaalpomp, volgens ISO 2858, grootte 32-250. Dit vergt een asvermogen van 6,3 kW en een geïnstalleerd vermogen van 7,5 kW.
  • Meertraps centrifugaalpomp (16 waaiers), grootte 5/16. Dit vergt een asvermogen van 2,8 kW en een geïnstalleerd vermogen van 3 kW.

Bij de hermetisch gesloten pompen komen de navolgende types in aanmerking:

  • Eéntraps magneetgedreven centrifugaalpomp, volgens ISO 2858, grootte 32-250. Dit type vergt uiteraard ook een asvermogen van 6,3 kW. Echter hier komen dan nog enige magneetverliezen bij.
    Afhankelijk van het type en de materiaalvariant van de magneetaandrijving kan dit variëren van ca. 0,5 tot 1,5 kW. We nemen even 0,5 kW aan. Totaal vergt dit dus een asvermogen van 6,8 kW. Het geïnstalleerd vermogen blijft hierbij 7,5 kW.
  • Eéntraps, busmotor(centrifugaal)pomp, grootte 32-250.1. Dit type vergt een asvermogen van 6,3 kW en een geïnstalleerd vermogen van 7,1 kW.

Bovengenoemde pomptypes zijn normaliter de pomptypes waaraan men denkt. Maar er zijn meer mogelijkheden, alleen liggen die wat minder voor de hand !
De Wanner Hydra-Cell pomp is een hermetisch gesloten, hydraulisch gebalanceerde membraanpomp, die een asvermogen van 2,8 kW en een geïnstalleerd vermogen van 3 kW vergt.

Kijkend naar de selecties zouden, qua energiekosten, de meertraps centrifugaalpomp of de Wanner Hydra-Cell membraanpomp de beste pompkeuze zijn.

Gezien de LCC van deze beide pomptypes is de Wanner Hydra-Cell membraanpomp, met zijn zeer lage onderhoudskosten, overduidelijk het beste advies dat wij onze cliënt kunnen geven.

Omdat alle selecties, met uitzondering van de busmotorpomp, zijn voorzien van “standaard” motoren, kunnen wij ook hier de e-motoren met de hoogste rendementen kiezen, waardoor het totale energieplaatje zo gunstig mogelijk gerealiseerd kan worden.

De juiste pompselectie is niet altijd zo eenvoudig als menigeen denkt, maar wederzijdse kennis- en ervaringsuitwisseling kan mede bijdragen in het realiseren van lagere bedrijfskosten en zodoende ook meehelpen aan het verlagen van de “totale” energiekosten.

Bron: PromoTec BV